<rss version="2.0">
 <channel>
  <title>LAN Magazine Blog</title>
  <link>http://www.lanmagazine.nl</link> 
  <description>LAN Magazine Blogs RSS</description>  
  <copyright>(c) Array Publications</copyright>  
  
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/65231/Opnieuw-cloud!"]]></guid>
    <title><![CDATA[Opnieuw cloud!]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Na ons LAN-themanummer over cloudcomputing van september 2009 hier opnieuw een special met een hoog cloudgehalte. Vorig jaar stonden we uitvoerig stil bij wat cloudcomputing nu eigenlijk precies inhoudt. Dat is en blijft een actueel thema. Op de diverse cloudcomputingseminars en andersoortige wolkfestijnen wordt steevast stilgestaan bij de diverse modellen en definities die er in omloop zijn. Dat dat gebeurt, is ook heel goed te begrijpen. Heel veel marktpartijen liften mee op de golf die cloudcomputing heet en overgieten allerlei diensten die ze al jaren leveren nu plotseling met een cloudsausje. Geen wonder dat veel klanten door dat soort marketinggeweld in een dichte mist van laaghangende bewolking de weg aan het kwijtraken zijn. Toch ligt het cloudlandschap, als je even de blik bewaart, in een heel helder perspectief voor ons.</p>
<p>Ten eerste zijn er twee takken van sport die door marktpartijen worden beoefend als ze roepen: wij doen aan cloudcomputing. De ene tak van sport wordt beoefend 'inside the cloud' en de andere tak 'outside the cloud'. Inside the cloud opereren de bedrijven die de bouwstenen leveren voor de infrastructuur die het de cloudcomputingproviders óutside the cloud mogelijk maakt hun palet aan clouddiensten te leveren. Wat het daarbij wat verwarrend maakt, is dat er diverse partijen zijn die beide takken van sport bedrijven.</p>
<p>De bouwers van de cloudcomputinginfrastructuur hanteren termen als &lsquo;private cloud&rsquo;, &lsquo;public cloud&rsquo; en &lsquo;hybride cloud&rsquo;. Het palet aan IT-diensten bestaat uit zaken als IaaS (Infrastructure as a Service), PaaS (Platform as a Service) en SaaS (Software as a Service), plus diverse varianten daarop. Die diensten worden gekenmerkt door termen als &lsquo;on-demand&rsquo;, &lsquo;elastisch&rsquo;, en &lsquo;pay as you use&rsquo;. Het onderscheid tussen IaaS, PaaS en SaaS, zit hem daarbij in de in die volgorde afnemende vrijheidsgraden van de afnemer van de dienst die geboden wordt. Zie daar in een notendop het landschap dat cloudcomputing heet. Daarbij ter verduidelijking nog één opmerking: door de echte adepten van cloudcomputing wordt het fenomeen primair gezien als een radicaal nieuw model voor het leveren van IT-diensten.</p>
<p>In dit nummer vindt u onder meer een praktijkverhaal van de hand van Frans Godden, dat naar mijn mening een uitstekend voorbeeld geeft van een situatie waarin het cloudprovidermodel bij uitstek tot zijn recht komt. Het is een prachtige praktijkcase en het heeft nog met sport te maken ook!</p>
<p>Dick Schievels<br />
&nbsp;</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 02 Jul 2010 13:02:41 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/65231/Opnieuw-cloud!]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/64385/Performance-getest!"]]></guid>
    <title><![CDATA[Performance getest!]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Het is al aardig wat jaartjes geleden dat het door ons ingehuurde testlab hardware in de vorm van zware servers, routers en switches het vuur na aan de schenen legde. De aandacht in de tests is langzaamaan meer en meer verschoven naar softwareoplossingen. En de hardware die nog wel onder de loep wordt genomen, wordt vooral beoordeeld op design, functionaliteit en de mate van beheerbaarheid. Dat is niet erg, maar het is ook niet alleen maar een vrijwillige keuze geweest. De huidige hardwaresystemen zijn in een relatief kleinschalig testlab gewoonweg niet meer dusdanig zwaar op de proef te stellen dat performancetests nog zinvol te interpreteren resultaten opleveren. Daarvoor is een veel grootschaliger aanpak vereist, zoals in een datacentersetting wel mogelijk is.</p>
<p>Om toch nog af en toe iets te kunnen laten zien van verschillende hard- en softwarecombinaties qua snelheidsprestaties moeten de redacties van bladen als LAN Magazine dus op zoek naar alternatieve scenario&rsquo;s. Zo treft u in dit nummer een verslag aan van een performanceonderzoek dat op initiatief van de Nederlandse IT-dienstverleners PQR en Login Consultants op poten werd gezet. Het gaat om het zogeheten Project Virtual Reality Check (VRC), een doorlopend project waarin met enige regelmaat nieuwe innovaties op het gebied van hypervisors, hardware, applicatievirtualisatie en remotingprotocollen onder de loep worden genomen.</p>
<p>Doel van Project VRC is antwoord geven op verschillende vragen. Welke innovaties wegen zwaarder, die op hardware- of die op hypervisorniveau? Hoe schaalt een VDI-infrastructuur in vergelijking met een gevirtualiseerde Terminal Server? Wat is de beste manier om virtuele machines op de hypervisorhost te partitioneren (geheugen en vCPU), ter verkrijging van de hoogst mogelijke gebruikersdichtheid? En er zijn wel meer van dit soort brandende vragen.</p>
<p>In dit nummer vindt u de belangrijkste conclusies van het meest recente onderzoek, Project VRC: fase 2, opgeschreven door de projectleider van dit R&amp;D-initiatief zelf, Ruben Spruijt, voor velen van u vast geen onbekende. Met de focus op Terminal Server-workloads worden de prestaties van de drie meest recente releases van de virtualisatieplatforms VMware vSphere 4, Citrix XenServer 5.5 en Microsoft Hyper-V 2 naast elkaar gezet. Ik kan niet anders concluderen dan dat opzet, uitvoering en rapportage een zeer gedegen indruk op mij hebben achter gelaten. De resultaten zijn niet op alle fronten even spectaculair, maar dat maakt ze vanzelfsprekend niet minder waardevol.</p>
<p>Kortom, een zeer lovenswaardig initiatief vanuit de markt dat wat mij betreft navolging verdient!</p>]]></description>
    <pubDate>Fri, 28 May 2010 14:57:40 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/64385/Performance-getest!]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/62991/De-nieuwe-werker"]]></guid>
    <title><![CDATA[De nieuwe werker]]></title>
    <description><![CDATA[<p>De echte kenniswerker wil al sinds jaar en dag door zijn baas beoordeeld worden op de output die hij levert en niet op het feit of hij wel van negen tot vijf aanwezig is op kantoor. Steeds meer werkgevers zijn na de nodige aarzelingen gelukkig gaan inzien dat die wens gezond en verstandig is en hebben hun bezwaren tegen de tele- of thuiswerker in de loop der jaren opzij gezet. Daaraan net gewend, worden ze nu echter weer met de eerste lichting zogeheten &lsquo;nieuwe werkers&rsquo; geconfronteerd. Die nieuwe werkers willen niet alleen zelf bepalen waar en wanneer ze hun werk doen, maar het liefst ook met behulp van welke technologie &ndash; namelijk de technologie waartoe ze zich het meest voelen aangetrokken en die ze daarom meestal ook het best beheersen.</p>
<p>De nieuwe werker eist niet alleen dat hij onafhankelijk van tijd en plaats kan werken maar ook dat hij realtime toegang heeft tot data en applicaties die tot voor kort alleen nog maar via de pc ontsloten konden worden. Die nieuwe werker is meestal uitgerust met op z&rsquo;n minst één laptop, één netbook en één smartphone, maar de meeste nieuwe werkers hebben nog wel wat meer mobiel spul in huis. Het aanbod mobiele platforms neemt tenslotte in rap tempo toe en er worden regelmatig ook weer nieuwe typen devices gelanceerd, zoals de onlangs aangekondigde iPad van Apple. Hoe houden bedrijven greep op die aanzwellende stroom mobiele devices die gevraagd en ongevraagd hun afdelingen worden binnengedragen? Het antwoord luidt: door met verstand en beleid ingericht &lsquo;mobile device management&rsquo;.</p>
<p>Mobile device management is het onderwerp van het Dossier van deze LAN. Het is een onderwerp dat vanzelfsprekend steeds meer in de belangstelling staat, gezien de opmars van het befaamde &lsquo;nieuwe werken&rsquo; onder aanvoering van de nieuwe werkers bij uitstek: de digitaal opgegroeide jeugd, alom aangeduid als Generatie Y. &ldquo;Generatie Y is opgegroeid met Nintendo, Dick, die hadden al sms-duimpjes in de baarmoeder, die hebben hele andere eisen dan jij en ik&rdquo;, houdt directeur Alex Bausch van VELIQ mij voor als ik hem opzoek om meer te weten te komen over MobiDM: mobile device management as a service, door het bedrijf zelf verkocht als Mobility as a Service, oftewel MaaS!</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 07 Apr 2010 12:46:30 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/62991/De-nieuwe-werker]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/62214/Application-delivery-2"]]></guid>
    <title><![CDATA[Application delivery 2]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Hoeveel desktopvirtualisatieconcepten kent u intussen? Drie, vier, tien misschien? Heeft u al een connection broker in uw bezemkast staan of meent u die niet nodig te hebben? Is Virtual Desktop Infrastructure nu wel of niet hetzelfde als Dedicated Virtual Desktop? En wat is nu eigenlijk het verschil tussen een server-hosted en een client-side Virtual Desktop Infrastructure?</p>
<p>Wie ons themanummer van ruim een jaar geleden in handen heeft gehad en daarin het artikel van Marcel Beelen heeft gelezen, heeft misschien even het gevoel gehad een beetje grip te krijgen op die virtuele wereld van applicatie- en desktopinfrastructuren. Beelen wist de markt net zo deskundig te fileren als de beste Volendammer visboer een gerookte makreel. De markt viel onder zijn fileermes keurig uiteen in een applicatiedelivery- en een desktopdeliveryhelft. Aan de applicatiedeliverykant vonden we heel overzichtelijk vier mootjes terug, te weten: corporate server-side Windows-applicatievirtualisatie, client-side Windows-applicatievirtualisatie, hosted server-side Windows-applicatievirtualisatie en (corporate) hosted non-Windows-applicaties. Terwijl aan de desktopdeliverykant de technologie ook netjes in vier sectoren uiteenviel: corporate server-side Windows-desktopvirtualisatie, corporate client-side Windows-desktopvirtualisatie, hosted server-side Windows-desktopvirtualisatie en hosted webtops of non-Windows-desktops.</p>
<p>Een kristalheldere taxonomie, ben je geneigd te denken. Toch beklijft deze taxonomie slecht, want ze is erg abstract en er zit geen beeld bij. Vandaar dat de redactie, toen zij onlangs een soortgelijke maar wél met beeld ondersteunde indeling tegenkwam, niet schroomde om in dit tweede themanummer over Application &amp; Desktop Delivery nogmaals aandacht te vragen voor een op ordening gericht stuk, waarmee we voor langere tijd de technologische applicatie- en desktopdeliverykluwen hopen te hebben ontward.</p>
<p>Legt u dat artikel van Beelen er bij het lezen ook nog even naast. Het zal u nuttige nieuwe inzichten én vragen opleveren, voorspel ik!</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 10 Mar 2010 13:19:31 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/62214/Application-delivery-2]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/61291/Datacenters-meten"]]></guid>
    <title><![CDATA[Datacenters meten]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Datacenters worden steeds groter en ze vreten steeds meer energie. Die trend is, net als de groei van de wereldwijde economie moeilijk tegen te houden. Door de mens bedoel ik dan, want onze aarde denkt daar anders over, ben ik bang. Wat wij mensen wel in de hand hebben, is er voor zorgen dat die stroomvretende datacenters zo efficiënt mogelijk met de aan hen gevoerde energie omgaan. Dat betekent dat die energie primair alleen in de computerresources terecht moet komen en nergens anders. Dat lukt natuurlijk niet, want er brandt meestal ook wel ergens een lampje en de hitte die uit die hardrekenende computers terugkomt moet worden weggekoeld. Daarnaast staan er nog UPS'en paraat en zijn er nog wel een paar elementen in een datacenter aanwezig die naast de IT-racks vermogen opzuigen. Maar goed, doel is alle energie richting IT!</p>
<p>Om te meten hoe goed dat lukt, wordt op dit moment vooral één meetwaarde gebruikt, en dat is de beruchte PUE, de Power Usage Effectiveness. De PUE is het totaal opgenomen vermogen van een datacenter gedeeld door de hoeveelheid opgenomen vermogen van de IT-apparatuur. Een PUE van 1, is dus het walhalla. Die PUE is berucht, omdat het eigenlijk een flutmaat is, die iedereen naar zijn hand kan zetten en daarom grif als marketinginstrument wordt ingezet. Probleem één is dat het een momentopname is, dus als je bijvoorbeeld een PUE draait van 1,12 tijdens de elfstedentocht, draai je een PUE van 2 tijdens een tropische dag in juli. Probleem twee is, dat als de bezetting van je datacenter onder de maat is (het datacenter is maar half vol) ook je PUE-waarde daar onder te lijden heeft. En probleem drie is dat als de IT-mensen de infrastructuur van het datacenter optimaliseren, door middel van virtualisatie bijvoorbeeld, je vervolgens vaak je PUE-waarde in elkaar ziet klappen.</p>
<p>Ik ga u hier niet precies uitleggen hoe dat komt, daarvoor moet u de interviews met de deskundigen in ons Dossier Next-Generation Datacenters maar lezen. Maar ik zou op deze plaats wel willen voorstellen die PUE als energie-efficiëntiemaat voor het datacenter voorgoed te schrappen. Hij is daar gewoon niet voor geschikt en er zíjn alternatieven. Eén daarvan is OpenDCME, een opensource-initiatief dat onlangs werd gelanceerd door Mansystems en waarover u in dit nummer ook alles kunt lezen. Het is als ik eerlijk ben niet echt het ei van Columbus, want daarvoor oogt het mij net iets té complex, maar geef het een kans, zou ik zeggen. Het is tenslotte open source, dus er kán aan gesleuteld worden!</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 03 Feb 2010 16:32:53 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/61291/Datacenters-meten]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/60750/Rightsizing"]]></guid>
    <title><![CDATA[Rightsizing]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Was een WLAN een paar jaar geleden vooral leuk als gastnetwerk om de bezoekers van bedrijven toegang te kunnen geven tot internet, tegenwoordig zie je steeds meer organisaties hun kantoren uitrusten met een volledig wireless-netwerk. Steeds meer medewerkers werken dag in dag uit op een laptop tegenwoordig: thuis, in de bus, op het terras en binnenkort zelfs op de ijsbaan (haal de schaatsen maar uit het vet). Dus dat ze dat ook op kantoor kunnen, en het liefst draadloos, wordt voor de meesten meer en meer een vanzelfsprekendheid. Daarbij komt dat de WLAN&rsquo;s de meeste kinderziektes ondertussen ook achter zich hebben en wat de draadloze wereld helemaal een impuls geeft, is de recente definitieve goedkeuring van de 802.11n-standaard.</p>
<p>Wat je bovendien steeds meer ziet, zijn WLAN&rsquo;s die, nadat je de basisinstallatie hebt voltooid, voor een belangrijk deel automatisch kunnen finetunen. Zulk soort adaptief radio frequency (RF)-management zorgt ervoor dat access points zich dynamisch aanpassen aan de voortdurend veranderende omstandigheden, zoals deuren die open- en dichtgaan, mensen die binnenkomen of juist weggaan, apparatuur die wordt binnengebracht, et cetera. Dit neemt een hoop van de problemen weg waarmee gebruikers in vroeger dagen regelmatig te kampen hadden als het om WLAN&rsquo;s ging.</p>
<p>Onlangs sprak ik zelfs een woordvoerder van een WLAN-leverancier die schilderde dat als je tegenwoordig &rsquo;s ochtends een WLAN installeert en vervolgens een kop koffie gaat drinken, het netwerk als je terugkomt draait als een zonnetje, omdat het zich in die korte tijd al geheel heeft gefinetuned. Misschien is het wat gechargeerd, maar dat de moderne draadloze netwerken de nodige evolutieslagen hebben gemaakt, is dagelijks vast te stellen.</p>
<p>Dit alles leidt ertoe dat bedrijven langzamerhand in de gaten krijgen dat ze op hun infrastructuur de nodige kosten kunnen besparen door &ndash; al of niet volledig &ndash; op wireless over te gaan. Niet door alle leveranciers van WLAN&rsquo;s zal die trend met volle overgave worden gepusht, ben ik bang. Zij die ook apparatuur voor vaste netwerken verkopen, hebben immers de nodige omzet te verliezen als wireless straks de dominante infrastructuur wordt.</p>
<p>De bedrijven waar ik voor dit themanummer een kijkje heb genomen, voeren voorlopig nog een hybridemodel. Wireless over het gehele kantoor, ondersteund door een afgeslankt bekabeld netwerk. &lsquo;Rightsizing je LAN&rsquo; heet dat tegenwoordig. Dat ook daarmee al echt winst valt te boeken, tonen de praktijkverhalen in dit nummer wel aan.</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 24 Dec 2009 10:33:28 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/60750/Rightsizing]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/59978/Het-gelijk-van-open-source"]]></guid>
    <title><![CDATA[Het gelijk van open source]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Voor hen die er zich nooit echt in verdiept hebben, blijft open source een enigszins ondoorzichtige wereld die veel vragen oproept. Allereerst vraagt men zich vaak af hoe het toch kan dat grote groepen programmeurs oceanen van tijd investeren in producten waaraan ze zo op het oog geen cent verdienen. Nog niet zolang geleden vond ook ik het niet eenvoudig een bondig antwoord te formuleren op die vraag. Tegenwoordig zeg ik gewoon: kijk eens naar Wikipedia! Ondanks de invoering van de euro kun je op zo'n moment het oude kwartje nog steeds luid en duidelijk horen vallen.</p>
<p>Voorbij dit stadium van ontluikend inzicht volgt de ondoorzichtigheid verbonden aan het gegeven dat in steeds meer delen van de opensourcewereld de belangrijkste producten verkrijgbaar zijn in zowel een of meer commerciële versies met leverancierssupport als een communityversie die door vrijwilligers wordt ondersteund. Als ook die mist is opgetrokken, is de geest vrij voor het stellen van de echt relevante vragen.</p>
<p>Kies ik voor een geheel kale Linux-distributie voor een beveiligde server of juist voor een uitgebreide distributie die een full-blown desktop kan bedienen? Is deze opensourcesoftwareapplicatie wel of niet inzetbaar in hybride Linux/Windows-omgevingen? Hoe zit het precies met de rechten en plichten verbonden aan het gebruik van deze opensourcesoftware? Is het verantwoord om ook mijn primaire bedrijfsprocessen te grondvesten op een opensourcefundament? Het is maar een zeer kleine greep aan relevante vragen die door de tegenwoordige opensource-ingewijden veelvuldig worden gesteld. Dit feit op zich is al voldoende om te constateren dat open source zich definitief heeft gevestigd in softwareland. Rest ons de vraag: wat is de huidige stand van zaken rond open source?</p>
<p>In dit opensourcethemanummer een uitgebreid dossier waarin in een vijftal artikelen een veelzijdig beeld wordt geschetst van hoe open source zich langzamerhand heeft ontwikkeld tot een volwaardig alternatief voor de gesloten muren die de bekende softwaregiganten de afgelopen decennia rond ons hebben opgebouwd. Doe er uw voordeel mee!</p>]]></description>
    <pubDate>Mon, 30 Nov 2009 12:32:52 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/59978/Het-gelijk-van-open-source]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/56167/Virtualisatie---beheer"]]></guid>
    <title><![CDATA[Virtualisatie & beheer]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Als je kijkt naar de aanzwellende stroom berichten over cloudcomputing de laatste tijd, dan zou je haast verleid worden te denken dat vrijwel de hele wereld tegenwoordig aan het virtualiseren is geslagen. Dat is natuurlijk nog maar zeer ten dele waar. Elke nieuwe ontwikkeling volgt nu eenmaal Gartners &lsquo;hype cycle&rsquo; (wat een ontdekking toch) en daarvan leren we dat de tijd die een nieuwe technologie nodig heeft om tot volwassenheid te komen, over het algemeen veel en veel langer blijkt te zijn dan de oorspronkelijke hype doet vermoeden. Dat neemt echter niet weg dat virtualisatie voor veel netwerk- en systeembeheerders wel degelijk prioriteit nummer één aan het worden is.</p>
<p>Dat heeft op zijn minst drie oorzaken. Ten eerste komt dat natuurlijk door de schoonheid en de potentiële mogelijkheden van de technologie zelf. Welke beheerder gaat nu niet watertanden bij een perspectief van een stuurhut waarin hij straks met een paar drukken op de knop zijn hele operationele infrastructuur met de maan mee de wereld rond kan sturen? Een virtuele wereld waarin hij naar hartenlust kan schuiven met actieve en passieve VM&rsquo;s als waren het schaakstukken in een simultaanseance tegen honderd onzichtbare tegenstanders tegelijk, die een voor een van het bord worden gekegeld? Ten tweede komt dat door de spannende tijden die we op dit moment beleven op productgebied, met belangrijke nieuwe releases van VMware, Citrix en Microsoft. Maar het komt &ndash; ten derde &ndash; ook en vooral doordat met de komst van steeds meer nieuwe virtualisatietechnologieën de rol van vrijwel iedere beheerder ter discussie komt te staan.</p>
<p>Neem als klein voorbeeld de virtuele switch die nu opduikt in de ESX-server. Wie gaat die beheren? De serverbeheerder, roept de een, want hij zit tenslotte in de server. Nee, zegt de ander, die functionaliteit hoort toch echt bij de netwerkbeheerder thuis.</p>
<p>Hoe dit pleit ook wordt beslecht, de nieuwe virtualisatietechnologie zorgt er in ieder geval voor dat de netwerk- en systeembeheerder voor het eerst in hun leven gedwongen worden met elkaar te gaan praten. Daar zal niet iedere beheerder direct blij mee zijn. Maar als men uiteindelijk ervaart dat virtualisatie ervoor zorgt dat ook de mens veel flexibeler en efficiënter kan gaan werken, dan wordt de rol van iedere beheerder er alleen maar leuker op, ben ik bang!</p>]]></description>
    <pubDate>Thu, 05 Nov 2009 11:11:11 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/56167/Virtualisatie---beheer]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/53401/Twee-werelden"]]></guid>
    <title><![CDATA[Twee werelden]]></title>
    <description><![CDATA[<p>In de boeiende omgeving van het datacenter vinden interessante confrontaties plaats. Aan de ene kant is dat datacenter natuurlijk het domein van de IT-afdeling. Dan gaat het om zaken als het netwerk, de servers, de switches en de opslagapparatuur. Aan de andere kant komen we in en rond het datacenter ook regelmatig de installateur tegen. Dat is verre van vreemd natuurlijk, want installaties kunnen nu eenmaal van twee kanten worden benaderd: van de facility-kant en van de IT-kant. De rechttoe-rechtaaninstallatie hoort meer bij de facility thuis. Installateurs kunnen hele mooie installaties maken in de ogen van de facilitymanager, maar dan komt de IT-man en die zegt: dat gaat zo niet werken. Andersom komt ook regelmatig voor, zo is mij verzekerd. Bij steeds meer organisaties zul je dan ook zien dat IT en facility steeds meer met elkaar geïntegreerd gaan worden.<br />
<br />
Oorspronkelijk zijn zaken als klimaatbeheersing, temperatuur, licht en bekabeling dus typisch het terrein van facility en vallen de switches, routers en servers onder het beheer van de IT. De facility-man denkt in termen van: we hebben hier een computerruimte en daar moet zo veel koeling in. Zijn hoofdprobleem is: hoe krijg ik die koeling voor elkaar? Zijn de luchtstromen goed, hoe gaan ze die kasten neerzetten? Maar hoe je die kasten precies gaat indelen, dat is grotendeels de taak van IT. Daar heeft die facility-manager niets mee te maken.<br />
<br />
Ik heb in de loop der jaren legio verhalen gehoord van computerruimtes waar servers staan die beetje bij beetje zijn uitgebouwd. Er komt steeds meer bij, tot op een gegeven moment de koeling van de servers in de problemen komt. Qua temperatuur is het vaak koud genoeg, alleen de servers willen niet koud worden omdat men niet goed over de luchtstromen heeft nagedacht. Die koude lucht moet natuurlijk wel dóór de server heen.<br />
<br />
Alles hangt met alles samen, wordt mij regelmatig voorgehouden in de praktijk. De koeling is bijvoorbeeld niet los te zien van de bouwkundige oplossing. En als je kiest voor een verhoogde vloer, waarbij je de koude lucht onder die vloer gaat blazen, die er vervolgens ergens bij een tegeltje weer uitkomt waar die server is gepositioneerd, dan moet de IT-man dat ding niet gaan verplaatsen zonder even na te denken. Kortom, het ontwerp en de inrichting van computerruimtes is afhankelijk van allerlei facetten die deels bij de facilitymanager liggen en deels bij de IT-manager. En het is nu voorál de kunst die twee werelden met elkaar te laten praten.</p>]]></description>
    <pubDate>Wed, 07 Oct 2009 09:50:52 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/53401/Twee-werelden]]></link>     
</item>
<item>
    <guid isPermaLink="true"><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/52845/In-de-cloud"]]></guid>
    <title><![CDATA[In de cloud]]></title>
    <description><![CDATA[<p>Ik hoor om mij heen steeds vaker de zinsnede &lsquo;dat draait &ndash; of dat zit &ndash; in de cloud&rsquo; (gebruik hem zelf overigens ook steeds meer). Een goede vraag is dan: wat bedoelen we eigenlijk met dat &lsquo;in de cloud&rsquo;? Dat hangt een beetje af van de situatie. Als een systeembeheerder het heeft over &lsquo;bij ons in de cloud&rsquo;, dan bedoelt hij in de meeste gevallen &lsquo;in ons datacenter&rsquo; of &lsquo;in een van onze datacenters&rsquo; (private cloud). Tegenwoordig is het ook goed mogelijk dat hij het heeft over het datacenter van een of meer serviceprovider(s) waarvan het bedrijf waar hij werkt zijn IT-diensten betrekt (publieke clouds). Meest waarschijnlijk is echter dat hij het heeft over een mix van beide.<br />
<br />
&lsquo;In de cloud&rsquo; betekent dus heel vaak niets anders dan &lsquo;in ons datacenter&rsquo;. Het nieuwe woordgebruik heeft echter wel degelijk betekenis. Het geeft aan dat het gaat om datacenters van een nieuwe(re) generatie. Die &lsquo;next-generation datacenters&rsquo; &ndash; volop in ontwikkeling dus &ndash; zijn heel modulair opgebouwd, zodat naar behoefte elastische clusters van functionaliteit kunnen worden gevormd die dynamisch kunnen worden aangepast. Ze vormen als het ware een ademende omgeving, zoals Hans Timmerman van EMC, die ik voor dit themanummer over cloudcomputing interviewde (zie pagina 18 e.v.), het zo mooi noemt.<br />
<br />
Dit alles wordt vooral mogelijk gemaakt door virtualisatietechnologie. Vroeger wisten we nog precies waar alles stond in onze datacenters. Deze applicatie draait op die server, kon je aanwijzen. Die data staan daar. Door virtualisatie ontstaat echter een virtuele wereld waarin zowel met applicaties als met data naar hartenlust geschoven kan worden. Als systeembeheerder weet je dan dus niet meer precies waar iets zich op een bepaald moment bevindt. Vandaar dus dat &lsquo;het zit in de cloud&rsquo;-syndroom van tegenwoordig.<br />
<br />
Als u en ik het overigens hebben over &lsquo;dat zit in de cloud&rsquo;, dan bedoelen we negen van de tien keer &lsquo;dat bevindt zich ergens op het internet&rsquo;. Daar zijn we het zicht op fysieke locaties al vanaf het begin kwijt. &lsquo;Cloud&rsquo; zou daarbij overigens beter vervangen kunnen worden door de term World Wide Computer, zoals de verderop in mijn artikel over cloudcomputing aangehaalde Nicholas Carr terecht betoogt. Het internet met alles erop en eraan is naast een communicatiemedium nu ook een te beïnvloeden, programmeerbaar instrument geworden. Dat is niet alleen heel interessant voor ons als gebruikers, dat is minstens zo interessant voor bedrijven, en natuurlijk hebben criminelen daar óók oog voor. Wees daarom een beetje op uw hoede, daar in de cloud.</p>]]></description>
    <pubDate>Mon, 14 Sep 2009 10:07:19 GMT</pubDate>
    <link><![CDATA[http://www.lanmagazine.nl/Blogs/52845/In-de-cloud]]></link>     
</item>   
 </channel>
</rss>
